hulp biedenhulp bieden

 

 

Hulp bieden tot je erbij neervalt

Kun jij ook zo warm worden van de spontane behulpzaamheid van mensen uit je omgeving? Ik wel. Ik kan me zo dankbaar voelen en opgewekt als er iemand – alsof het de normaalste zaak van de wereld is – te hulp schiet. Je kent ze vast. Die mensen die je onmiddellijk helpen als je veel te volle boodschappentas omvalt en alle sinaasappels alle kanten oprollen. Of die je, als je met de kinderwagen de trein in wilt, helpen tillen. Goud waard zulke types.
Maar tot hoe ver ga je met hulp bieden? Bied jij hulp aan tot jij “erbij neervalt”?

Altijd klaar staan voor een ander

Altijd klaar staan voor een ander, er zijn als een ander je nodig heeft, oprecht van mening zijn dat je alles in het werk moet stellen om iemand anders te helpen. Er is vermoedelijk een behoorlijk legertje mensen dat die ove
rtuiging heeft. Doet iemand een beroep op je? Dan moet je daar gehoor aan geven. Burgerplicht of hoe je het ook noemen wilt. Of is het wat anders?

Prachtige eigenschap

Hulp bieden is in mijn ogen zeer genereus en echt één van de meest empathische eigenschappen die er zijn. Jezelf even aan de kant kunnen zetten om de ander volledig van dienst te kunnen zijn. En ik vind het dan ook bijzonder geweldig van mezelf dat ik iedere keer weer klaarsta ☺. Terecht dat ik mezelf op mijn schouder sta te meppen als ik weer iemand heb geholpen. Toch?

Als ik niet help deug ik niet

Toch is niet de afwijzing van de ander, maar het stemmetje in je hoofd de werkelijke ‘boosdoener’. Het stemmetje dat roept dat je niet deugt als je niet klaar staat, dat je tekort schiet als je niet helpt. En: “Wat zullen ze van je denken als je niet voor ze klaar staat?”.

Het is ook dat stemmetje dat je aanspoort om altijd in de houding te schieten als de ander kikt. Ook op momenten dat het ten koste gaat van jezelf. Bijzonder toch eigenlijk he? Dat je door dat stemmetje wel goed zorgt voor die ander, maar niet voor jezelf?

De grootste valkuil

De grootste valkuil van de overtuiging dat je iemand anders altijd moet helpen, zijn de woorden MOET en ALTIJD.
Het is natuurlijk geen rozengeur en maneschijn als al je goedbedoelde hulp volledig ten koste gaat van jezelf. Het gevaar om jezelf met deze eigenschap voortdurend voorbij te lopen ligt op de loer.

Dus als je de woorden MOET of ALTIJD herkent? Dan is het een goed plan om jezelf eerst eens af te vragen of hulp wel wérkelijk nodig is. En vervolgens of de hulp persé NU nodig is of dat het ook best wat later kan.
En als het echt nodig is én echt nu, dan is de juiste vraag: moet JIJ helpen of kan iemand anders dat ook? En de belangrijkste vraag die jezelf mag stellen is: heeft de ander harder mijn hulp nodig dan dat ik het nodig heb om nu “nee” te zeggen?

Maar mocht er nu iemand naast je zijn tas laten vallen en alle sinaasappels rollen over de stoep…