abseilen_euromast_2015-06-20 18-15-12
Of ik zin had om te komen op het verjaardagsfeestje van mijn vriendin Ella. Nou, dat had ik wel! Gezellig bijkletsen tijdens een etentje, ik zag het helemaal zitten. De man van Ella weet dat zijn vrouw erg van verrassingen houdt. Nu houd ik ook best van een verrassinkje op zijn tijd, maar als ik van tevoren had geweten dat ik op de bewuste verjaardag ondersteboven van de Euromast zou abseilen, dan weet ik nog niet of ik er zo enthousiast heen gegaan was.

Een dag van tevoren mailde Gert-Jan ons allemaal nog even. We vonden het toch wel leuk om te gaan abseilen van de Euromast zeker? Kijk, dat Ella van verrassingen en idioot spannende dingen houdt, wil nog niet zeggen dat haar vriendinnen (lees: ik) daar ook dol op zijn.
Maar ja. Met zo’n hele club meiden, dan ga je toch geen spelbreker zijn? Dus ik meldde moedig dat ik van de partij zou zijn. Ik perste zelfs nog een uitroepteken uit mijn laptop, ondertussen alvast in gedachten aan het oefenen met een hartslag van 250.

De bewuste dag brak aan.

Ik hield me zo allemachtig bezig met het doorkruisen van Rotterdam en vinden van een parkeerplek, als wel heel erg verse eigenaar van een Fiatje 500, dat ik het hele abseilen (als door een wonder) even minder spannend vond. Eenmaal mijn autootje geparkeerd kwam er een heerlijke rust over me. Zo. Die was zonder brokken en vreselijk zweten geparkeerd. Wat kon me nu nog gebeuren?

Maar eenmaal boven bleek het toch wel erg hoog te zijn, honderd meter. En omdat Ella met haar dochter als eerste naar beneden zou gaan zag ik de enorme spanning en angst op hun gezicht. Ineens steeg mijn hartslag met 100 slagen per minuut en voelde ik mijn maag samenknijpen alsof het een spons was.

Natuurlijk ging ik, dat had ik tenslotte besloten. Zeg wat je doet en doe wat je zegt, toch? Dus ik ging.

Met een dubbel paar werkhandschoenen en een tuig dat ik als broek aan moest trekken zou het moeten lukken. Ik mocht op de knie van de galante ridder die me door het hele spektakel heen zou begeleiden stappen, om vervolgens mijn been over de rand te zwaaien. Ik zat. Tot zover piece of cake. Nu mocht ik met mijn tenen op de rand van de Euromast gaan staan met mijn gezicht naar de galante ridder. Stap voor stap begeleidde hij me door het eerste stukje heen. Halve psychologen hoor, die jongens. En zowaar ik hing met mijn benen gestrekt op het uiterste randje van de Euromast. Vriendelijk lachen naar de fotograaf die daar ook ergens hing lukte ook nog.

Maar toen kwam het.

De ridder vertelde me dat ik mijn been op het raam van het restaurant moest zetten. Dat deed ik, maar kennelijk niet met de juiste balans waardoor ik ineens ondersteboven voor de ramen van het restaurant hing. De bezoekers daar snelden naar het raam om te aanschouwen wat er nu weer naast hun bord hing. Nou, dat was ik dus. Uiterst charmant met mijn kont in de richting van de Carpaccio en de tomatensoep.

Oké, ik beken. Ik raakte in paniek. Een seconde. Ik riep vertwijfeld: “dat heb ik weer! “ en moest zowaar een klein beetje grinniken. Degene die mee naar beneden zou gaan om ons met raad en daad bij te staan, wilde toesnellen om mijn voet in de juiste richting langs het touw te duwen, maar ik had het zelf al voor elkaar. Ze vertrouwde me toe dat ik wel erg lenig was en ik was op dat moment erg dankbaar voor de wekelijkse yoga.

Na wat gepruts en wat laatste aanwijzingen van de galante ridder kon het abseilen beginnen. Door dat gebuitel had ik het voor elkaar gekregen dat mijn handschoen tussen mijn karabiner klem zat en omdat iedereen nu toch al voor het raam stond om mijn kapriolen gade te slaan, verlengde ik de show nog met wat gehups en moeilijk kijken om de handschoen weer los te wrikken. En dat allemaal op 100 meter hoogte. Ik zwaaide nog even en iedereen in het restaurant kon weer naar zijn soep.

Even later zoefde ik met het gevoel van een overwinnaar pijlsnel naar beneden. Heerlijk. Alsof ik al duizenden keren had abgeseild ☺.